Zwartkopmeeuw (zomerkleed)
Zwartkopmeeuw (winterkleed)

Kenmerken en specificaties Zwartkopmeeuw

  • Witte slagpennen
  • Bovendelen lichtgrijs
  • Onderdelen wit
  • Kopkap zwart, met witte oogrand
  • Bloedrode dikke snavel
  • Rode poten
  • Geen verschil man en vrouw
  • Winterkleed: kopkap verdwijnt, er blijft alleen een donker veeg over achter het oog
  • Jonge vogels: geheel witte ondervleugeldekveren, lichtere grijze middenbaan op de bovenvleugel, poten zwart of rood, en is de snavel nagenoeg zwart
  • Jonge vogels: krijgen vanaf september al lichtgrijze bovendelen en de donkere ‘veeg’ achter het oog verschijnt.
  • Tweedejaars vogels: lijken al op de volwassen vogels maar hebben een variabele hoeveelheid zwarte vlekken op de vleugelpunten en vlekkerige kop
  • Wettenschappelijke naam: Ichthyaetus melanocephalus
  • Lengte: 37 tot 40 cm. Spanwijdte: 94 tot 102 cm
  • Voedsel: insecten, zoals emelten, kevers, rupsen, maar ook jonge vogels, vis en afval
  • Geluid: kenmerkende roep is een opvallend en ver dragend, nasaal “kjèw“, vrij laag.

Land van afkomst

  • Komt vooral als broedparen voor in Nederland
  • De populatie in West- en Zuid-Europa is klein, maar groeiende
  • Komt van oorsprong uit het gebied rond de Zwarte Zee
  • Overwintert in gebieden rond de Middellandse Zee

Geluid Zwartkopmeeuw