Griel
Griel

De griel wordt in Nederland vooral als doortrekker weleens waargenomen. Het is een grote steltloper met lange poten en een korte zwart-gele snavel. De ogen en poten zijn opvallend geel van kleur. Het verenkleed is zandbruin van kleur.

Kenmerken en specificaties Griel

  • Lange poten
  • Korte zwart-gele snavel
  • Geel oog en poten
  • Witte wenkbrauwstreep en witte vleugelstreep
  • Zandbruin verenkleed
  • Bij het mannetje is de witte vleugelstreep duidelijker begrensd met zwart dan bij het vrouwtje
  • Wettenschappelijke naam: Burhinus oedicnemus
  • Lengte: 40 tot 45 cm. Spanwijdte: 77 tot 85 cm
  • Voedsel: insecten, slakken en ander dierlijk voedsel
  • Eieren: meestal 2 eieren per legsel
  • Geluid: hoog, schel trillend geluid, herinnerend aan wulp. Roep is een dun fluitend “kieee“.
  • De Griel is zeer zeldzaam in Nederland en is dan ook al lang niet meer waargenomen.

Geluid Griel

Bron

Broeden en leefgebied

  • Broedperiode: broedt vanaf mei tot en met augustus.
  • Broedt plekken: het nest is een kaal kuiltje in de zandgrond.
  • Eieren: meestal een of twee legsel per jaar, met ongeveer 2 eieren per legsel.
  • Broedduur: het duurt ongeveer 24 tot 27 dagen voordat de eieren uit komen.
  • Uitgevlogen: het duurt ongeveer 36 tot en met 42 dagen voordat de jonge vogels uitvliegen.
  • Leefgebied: in Nederland was het voornamelijk een broedvogel in droge, open duinen met weinig begroeiing. In het buitenland voornamelijk te vinden in droge, steenachtige leefgebieden en ook op akkers en olijfgaarden.
  • Trefkans: de kans om deze vogel in Nederland te zien is zeer laag tot laag.

Vogeltrek en populatie

  • Vogeltrek: Vertrekt in augustus tot en met september naar Zuid-Europa en Noord-Afrika. Trekt terug naar broedgebieden vanaf maart.

Griel- IUCN REDLIST
Bron: IUCN REDLIST

Weetjes over de griel

  • In de periode van 1800 tot en met 1957 was het een schaarse broedvogel in de duinen van Noord- en Zuid-Holland. De soort wordt tegenwoordig een enkele keer tijdens trek waargenomen.