De grauwe klauwier is een middelgrote zangvogel met een lange staart. De snavel is haakvormig en zwart van kleur. Het mannetje heeft een grijze kop met zwart masker. Het vrouwtje is oranjebruin en lichte onderdelen.

Kenmerken en specificaties Grauwe Klauwier

  • Lange staart
  • Zwarte haaksnavel
  • Mannetjes: grijze kop met zwart masker, onderdelen lichtroze en witte keel, Bovendelen kastanjebruin.
  • Vrouwtjes: grof schubpatroon en lichte onderdelen. Bovendelen oranjebruin. Kop, oogstreep en staart zijn bruinig.
  • Wettenschappelijke naam: Lanius collurio
  • Lengte: ongeveer 16 tot 18 cm.
  • Voedsel: insecten, kleine zoogdieren, reptielen en jonge vogels
  • Eieren: meestal 4 tot 6 eieren per legsel
  • Geluid: zowel zang als roep niet vaak te horen; zang is een aanhoudend zacht gebrabbel van rauwe en fluitende klanken, met diverse imitaties van andere soorten. Roep een hees, nasaal “weh” of “tsjek“.

Geluid

Bron

Broeden en leefgebied

  • Broedperiode: broedt vanaf half mei tot en met juni.
  • Broedt plekken: broedt meestal in een grote struik of in een kleine boom.
  • Eieren: heeft een legsel per jaar, met meestal 4 tot 6 eieren.
  • Broedduur: het duurt 12 tot 16 dagen voordat de eieren uit komen.
  • Uitgevlogen: de jongen vogels kunnen vliegen na 14 tot 16 dagen.
  • Leefgebied: zijn voornamelijk te vinden in kleinschalige gevarieerde landschappen. Bijvoorbeeld in hoogvenen en oude akker- en weidelandschappen.
  • Trefkans: de kans om deze vogel in Nederland te zien is zeer laag tot redelijk in mei en juni.

Vogeltrek en populatie

  • Vogeltrek: lange afstandstrekker. Trekt vanaf eind juli tot en met september weg richting zuidelijk Afrika, Kenia, Tanzania en ten zuiden van Congo om daar te overwinteren. Komen rond mei weer terug in Nederland.

Deze soort is vergelijkbaar met:

Weetjes over de grauwe klauwier

  • De laatste jaren zit de soort in de lift en neemt het aantal langzaam toe in Nederland.