Geelgors (mannetje)
Mannetje
Geelgors (vrouwtje)
vrouwtje

De geelgors is een prachtig vogeltje met gele onderdelen. Het mannetje is grotendeels geel van kleur en het vrouwtje is minder opvallend met een klein beetje lichtgeel op het verenkleed.

Kenmerken en specificaties Geelgors

  • Mannetje: gele kop en gele veren.
  • Vrouwtje: beetje licht gele veren, roodbruine stuit, witte staartpennen.
  • Wettenschappelijke naam:  Emberiza citrinella
  • Lengte: ongeveer 16,5 cm
  • Voedsel: zaden( tarwe, haver, gerst) en ook zaden van bomen zoals de spar, den en beuk.
  • Eieren: meestal 3 tot 6 eieren per legsel
  • Geluid: Zang van mannetje: “dzi-dzi-dzi-dzi-dzèèèè“. Meest gehoorde roep is een kort scherp “tsit“, een andere roep is een kort en tikkend “plt“.

Geluid geelgors

Bron

Broeden en leefgebied

  • Broedperiode: vanaf half april tot en met begin augustus.
  • Broedt plekken: nestelt op de grond, maar ook in struiken of in jonge bomen.
  • Eieren: meestal 2 tot 3 legsel per jaar, met ongeveer 3 tot 6 eieren per legsel.
  • Broedduur: het duurt ongeveer 11 tot 14 dagen voordat de eieren uit komen.
  • Uitgevlogen: de jongen vliegen uit na 10 tot 14 dagen.
  • Leefgebied: boerenland, singels en bosjes, heide en hoogveen met opslag en droge zandgronden.
  • Trefkans: de kans om deze vogel in Nederland te zien is laag tot redelijk.

Vogeltrek en populatie

  • Vogeltrek: Nederlandse broedvogels blijven meestal in ons land en ze vormen dan wintergroepen in voedselrijk gebied.
  • Broedparen: 19 000 tot 24 000
  • Overwinteraars: 70 000 tot 85 000
  • Doortrekkers: 50 000 tot 200 000
  • Deze informatie is afkomstig van sovon vogelonderzoek Nederland.

Deze soort is vergelijkbaar met:

Weetjes over deze vogel

  • De vogel wordt bejaagd door onder andere grauwe kiekendief.
  • Het gezang van de vogel klinkt bekend in de oren, en zou de inspiratie zijn geweest voor Beethovens Vijfde Symfonie.